Schaduwen op de muur en schaduwen in haar hoofd

Veel gezinnen ontstaan door de huisje-boompje-beestje behoefte van één van de ouders. Ook de familie Luikers is zo geëvolueerd tot een solide gezin. Al twintig jaar kijkt moeder Luikers ’s ochtends door het keukenraampje wat voor weer het is. Al twintig jaar controleert vader Luikers in de avond of de voor- én achterdeur op slot zijn. En al vijftien jaar hoort hun dochter Syd in de ochtend het geklets van haar ouders door de gang galmen. De zware, warme stem van haar vader wringt zich dan door de kier van haar slaapkamerdeur. De lieve stem van haar moeder volgt normaal al snel: “Zachtjes! Syd slaapt nog!”

Op vier november haalde Syds vader zijn dochter op van een feestje. Het regende pijpenstelen en de wind sloeg tegen de zijkant van de blauwe Fiat. De ruitenwissers maakten overuren en de autobanden hadden veel moeite met de spekgladde kinderkopjes. Syds vader was dit soort weer gelukkig gewend. Hij zou zijn dochter nooit bewust in gevaar brengen. Helaas had hij van tevoren niet ingecalculeerd dat zijn dochter plots een ruk aan het stuur zou geven. Sindsdien ligt hij in het ziekenhuis.

“Sydney?”
Geschrokken laat Syd haar telefoon vallen. Ze kijkt recht in de groene ogen van Martin, haar psycholoog. Zijn donkere wenkbrauwen staan zorgelijk, waardoor zijn vierkante bril langzaam naar het puntje van zijn lange neus glijdt. Hij duwt met zijn kromme middelvinger de bril terug op zijn neus. “Ik zei dat je erg afwezig lijkt en vroeg of er recent wat is voorgevallen.”
Ze zucht geïrriteerd. “Behalve dat mijn vader in het ziekenhuis ligt doordat ik gek in mijn hoofd ben?”
“Waarom denk je dat je gek in je hoofd bent, Sydney?”
Ze slaat haar armen over elkaar heen en wendt haar ogen van Martin af. “Je weet wat ik bedoel,” zegt ze bot. Ze bijt aan de binnenkant van haar wang. “Ik dacht vanochtend weer dat ik gevolgd werd door een schim.”
“Hmm.” Martin schrijft driftig in zijn blauwe notitieschrift. “Heb je hierover gepraat met je moeder?”
“Nee.”
“Wil je erover praten met je moeder?”
“Nee.”
“Wil je er met iemand anders over praten?”
“Met mijn vader.”
Opnieuw schrijft Martin wat op. “Heb je je vader onlangs nog gesproken?”
Ze staart naar haar telefoon en tikt op het scherm. “Hij stuurt me dagelijks een berichtje.”
Een kleine glimlach verschijnt op Martins gezicht. “Wat fijn, Sydney. Ik weet dat je het moeilijk vindt dat je hem niet mag opzoeken, maar het is echt beter dat je hem niet in deze toestand in het ziekenhuis ziet. De kans is te groot dat je daardoor in een psychose belandt.”
Syd knikt, maar snapt er eigenlijk niks van. Ze mist haar vader. Maar haar psychoses zijn de reden dat haar vader in het ziekenhuis ligt.

Haar moeder zet met een klap het bord met avondeten op tafel. Syd kijkt naar het bord en haalt haar neus op. Ze begint verveeld met haar vork door de onsmakelijke tuinboontjes te roeren. Ze bestudeert haar moeder die tegenover haar zit. Haar lange blonde haren zijn in een slordige knot op haar hoofd gedraaid. Haar wallen zijn dezelfde kleur als haar grijze T-shirt en de lijnen rondom haar mond zijn scherper dan normaal.
Ze neemt een slok water en kijkt haar dochter aan. “Syd, lieverd, hoe ging het vandaag?”
Ze fronst. “Hoe ging wat?”
“Hoe ging het gesprek met je psycholoog?”
Ze plet de tuinboontjes met haar vork. “Het ging wel. Hij werkt me alleen op mijn zenuwen.”
“Laat me raden,” zegt haar moeder met een speelse glimlach. “Hij blijft zeker je volledige naam gebruiken?”
Ze lacht. “Dat ook. Maar ook dat hij elke week huiswerk meegeeft.”
“Oh. Kan ik je ergens mee helpen?”
Syd knikt. “Eigenlijk wel. Hij wil dat ik voortaan jouw hulp vraag.”
“Hulp bij wat?”
“Als ik weer vreemde dingen zie.” Ze ontwijkt de indringende blik van haar moeder. Ze vindt het lastig om over haar psychoses te praten. “Hij wil dat ik voortaan aan jou vraag of iets echt is of nep.”
Haar moeder buigt zich naar voren en legt haar hand over haar dochters gebalde vuist. Haar lichtbruine ogen staan bezorgd, maar lief. “Dan gaan we dat doen, Syd.”

Het is nacht. Syd ligt in bed. Ze heeft het ijskoud, maar haar lange bruine haar is nat van het zweet. Ze trekt haar blauw gestreepte deken tot onder haar kin op. Haar bruine ogen scannen haar kleine kamertje en nemen elk detail in zich op. De vier muren die de basis vormen van haar slaapkamertje zijn in een rustgevende terracotta kleur geverfd. De muur waar haar bed tegenaan staat is versierd met foto’s van haar familie. De muur tegenover haar bed wordt geblokkeerd door haar grote kledingkast. Naast haar kledingkast staat een rieten stoel. Over het algemeen dient deze stoel als opslagplaats voor vuile én schone was. Ze ruimt dagelijks de stoel op, zodat de berg kleding niet op een schim lijkt die haar stiekem bestudeert. Haar ogen glijden van de stoel naar haar bureau waar wat boeken en pennen op liggen. Naast het bureau staat een grote huisplant. De onderste blaadjes hangen er zielig bij. Boven de plant hangen nog wat fotolijstjes aan de muur. Syd kijkt naar de foto’s en probeert haar ogen te laten wennen aan het donker. Het rechter fotolijstje kan ze niet zien. Er staat wat voor. Er staat iemand voor. Haar handen beginnen te trillen. Een grote, dunne schim met lange, slanke ledematen kijkt haar recht aan. Ze voelt haar hart tekeergaan en verstijft. Ze knijpt haar ogen dicht en probeert zichzelf ervan te overtuigen dat het niet echt is. In de hoek van haar kamer valt wat met een klap om. Verschrikt opent ze haar ogen. De schim staat nu naast haar kast en strekt dreigend een lange arm naar haar uit.
“MAM!”
Binnen vijf seconden smijt haar moeder de deur open. Ze ziet haar doodsbange dochter met betraande ogen in bed liggen. “Och, lieverd.”
Ze kijkt haar moeder niet aan. Haar ogen zijn vastgelijmd aan de zwarte schim die in een onnatuurlijke houding voor haar kast hurkt. Ze wijst naar het figuur.
“Z…zie jij dat ook, mam?”
Haar moeder draait haar hoofd naar de kast. “Nee, Syd. Je hebt weer een aanval.”
“Ja.” Syd slikt. Ze kijkt de schim aan in zijn pikzwarte, onheilspellende ogen. Hij lijkt bijna gemeen te lachen. “Ik denk het ook.”

De volgende ochtend wordt Syd na vier zielige uurtjes slaap weer wakker. Ze voelt zich alsof er een tractor over haar heen is gereden. Slaperig grist ze haar telefoon van het nachtkastje. Ze heeft twee berichten van haar vader.

Hoi hoi Syp, de operatie is goed gegaan gisteren. Ik ben strontmoe, dus ga zo lekker tukkie doen. Kusjes, van je leuke vader

Hoi hoi Syp, lekker geslapen? Hopelijk trek je het nog een beetje thuis zonder mijn stralende aanwezigheid. Liefs, je knappe paps

Een traan rolt over haar wang. Al van kleins af aan noemt haar vader haar ‘Syp’. Als kind had ze een wratje op haar bovenlip, waardoor het altijd leek alsof ze sip keek. Ze gooit gefrustreerd haar telefoon op de houten vloer en duwt haar handpalmen in haar ogen. Ze mist hem.

Als een robot zet haar moeder die avond weer een bord met avondeten op tafel. Syd pakt haar bestek van tafel en kijkt naar het stukje voor haar. Ze knippert. Het stukje kipfilet op haar bord lijkt te bewegen. Alsof het leeft. Ze ademt diep in en schuift het bord van zich af. Haar moeder draagt hetzelfde shirt als gisteren.  Haar ogen staan verdrietig en moe. Syd besluit niet over haar bewegende stukje vlees te beginnen en hoopt dat ze het zich inbeeldt. In plaats daarvan vraagt ze haar moeder of het wel goed met haar gaat. Haar moeder forceert een glimlachje en knikt. Syd gelooft er niks van.
“Ik ga vanavond vroeg naar bed. Ik heb slecht geslapen.”
Haar moeder verbergt haar trillende handen onder de tafel. “Oké, lieverd. Ik ga zo nog kort bij je vader langs in het ziekenhuis. Red jij het hier?”
Met tegenzin snijdt Syd haar dansende stukje kip aan. “Komt goed.”

Het stormt buiten. De takken van de bomen bewegen zich als lange schaduwen langs de muren van haar slaapkamer. Tussen de schaduwen door kruipt een ondefinieerbaar figuur over haar muur heen.
Syd knijpt haar ogen hard dicht en verstopt zich onder haar deken. “Het is niet echt. Het is niet echt.”
Haar keel wordt dichtgeknepen door de angst. Ze wil niet weer haar moeder roepen. Met trillende benen blijft ze onder haar deken verstopt zitten in de hoop dat de schim vanzelf weggaat. Plots verschijnt er een fel licht vanaf haar nachtkastje. Ze komt voorzichtig onder haar deken vandaan en werpt een blik op de muur. De schim is weg. Snel draait ze zich om en ziet dat het felle licht van haar telefoonscherm afkomstig is. Een berichtje van haar vader.

Verstoppen heeft geen zin, Sydney.

Ze wrijft in haar ogen en leest het berichtje nog een keer. Een rilling loopt over haar rug. Dit klinkt niet als haar vader. Hij noemt haar nooit bij haar volledige naam.

“Syd?”
Verschrikt komt ze overeind in haar bed. Haar moeder staat in de deuropening. Ze heeft een rood vest van haar vader in haar handen.
“Ja?” mompelt ze zachtjes.
“Lieverd, ik zag licht branden. Waarom ben je nog wakker?”
Ze legt haar telefoon opzij. “Sorry, ik kreeg een berichtje binnen.”
Haar moeder loopt de slaapkamer binnen en gaat voorzichtig aan het voeteinde zitten. Ze aait over het dekbed heen. “We moeten het over je vader hebben.”
Syd kijkt van haar moeder naar haar telefoon. Ze ziet opnieuw een bericht van haar vader binnenkomen.
“Er is wat gebeurd in het ziekenhuis,” zegt haar moeder.
Syd kijkt haar met grote ogen aan.
Haar moeders onderlip begint te trillen. “Je vader is drie uur geleden overleden.”
Opnieuw komt er een berichtje binnen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *