Met mijn levensstijl zijn er niet zes, maar slechts drie wereldbollen nodig

Hoe onze ecologische voetafdruk een paar schoenmaten kleiner kan

Het is een bijna letterlijk hot onderwerp tegenwoordig; opwarming van de aarde. Klimaatverandering. Er wordt veel over gespeculeerd, klimaatakkoordje hier, klimaatakkoordje daar. De een raakt in de stress van de veranderingen, de ander trekt er zich weinig van aan. Hoe zit dat nu precies met onze levensstijl en de ecologische voetafdruk? Kleine spoiler: ook jij kunt met een paar simpele aanpassingen in je levensstijl de aarde (nóg) minder belasten. Lees snel verder!

 

Hoofdstuk 1 – Wist je dat

De westerse consumptiecultuur…

Zijn ontstaansgrond heeft in de negentiende eeuw? Een tijd waarin het kapitalisme opkwam. In dit systeem speelde materialistische massaproductie en -consumptie een centrale rol. Ondanks dat er in de westerse economie pieken en dalen waren, kan er in het algemeen gezegd worden dat de westerse cultuur steeds rijker werd. Vraag en aanbod stegen. Nu is het zelfs zo dat op veel gebieden de vraag zodanig is gestegen, dat er amper genoeg of zelfs niet genoeg aanbod is.

Twee zaken die hand in hand samengaan zijn een fikse ecologische voetafdruk en de westerse consumptiecultuur. Consumptiecultuur is een term die de afgelopen decennia regelmatig opduikt. Hij is in de jaren zestig in Amerika in het leven geroepen en is door de Europeanen korte tijd later overgenomen.

Voorbeelden van het vraag-en-aanbodprobleem zie je tegenwoordig overal om je heen. Een bekende op dit moment, zeker met de opmars van het vegetarisme en veganisme, is de vlees- en visindustrie. Koeien, varkens, zalmen, forellen en ga zo maar door moeten gefokt worden, omdat wat de natuur van nature levert niet kan voldoen aan onze vraag. Best choquerend, toch? Gelukkig kun jij daar nu al heel gemakkelijk iets aan doen. Lees hier even verder 😉

Een ander zwaargewicht is de kledingconsumptie.  De gemiddelde Nederlander heeft maar liefst 173 kledingstukken in zijn kledingkast liggen. Hiervan worden er 50 in een heel jaar nooit gedragen en per jaar gooien we zo’n 40 items weg. Hier kunnen we echt spreken van overconsumptie, oftewel westerse consumptiecultuur. De Libelle publiceerde eerder al een interessante vlog met bijbehorend artikel hierover. Zeker de moeite waard om te bekijken!

Wist je overigens ook dat er een tegenovergestelde dag bestaat aan de befaamde Black Friday? Er is een nationale niet-winkeldag. Deze vindt plaats op de laatste zaterdag van november. Het feit dat er een dag als deze is, zegt toch al genoeg over ons hyperconsumeren? Zouden we niet elke dag hierbij stil moeten staan? Het is in ieder geval een stap in de goede richting.

Wist je dat bedrijven als Sympany en het Rode Kruis, die kledingcontainers beheren waarin jij als vredelievende burger braaf je oude kleding weggooit, de kleding niet rechtstreeks naar Derde Wereldlanden zenden, maar dat ze de kledingstukken verkopen? Niet getreurd. De opbrengst gaat gelukkig wel naar goede doelen!

Sympany: geef goed door

 

Hoofdstuk 2 – Voetafdruk

Misschien voel je naar aanleiding van hoofdstuk 1 de (zure regen)bui al een beetje hangen; waar we heen gaan met deze longread is de ecologische voetafdruk. Een onderdeel ervan is al aan bod gekomen, namelijk de westerse overconsumptiecultuur, want dit heeft uiteraard direct en indirect invloed op onze voetafdruk. Maar wat is nou precies een ecologische voetafdruk?

De voetafdruk of ook wel mondiale of ecologische voetafdruk is de ruimte die we per persoon innemen op aarde. Deze ruimte wordt berekend aan de hand van een aantal factoren, maar in het algemeen vallen ze allemaal onder ‘individuele levensstijl’.

De Van Dale zegt er het volgende over;

voet·af·druk (de; m; meervoud: voetafdrukken) zichtbaar spoor in de bodem waar iemand zijn voet heeft neergezet: ecologische voetafdruk ruimte die per inwoner van een bep. land nodig is om alle goederen en diensten te produceren die hij verbruikt

Op Voetafdruk Nederland wordt er het volgende over gezegd: “Het begrip ‘ecologische voetafdruk’ bestaat al ruim 15 jaar en werd geïntroduceerd aan de Canadese Universiteit van British Colombia door Mathis Wackernagel. De ecologische voetafdruk is een soort meetinstrument waarmee het ruimtebeslag van een mens op de Aarde bepaald kan worden aan de hand van iemands leefstijl. De ruimte die iemands leefstijl inneemt wordt uitgedrukt in hectares. Hoe groot deze voetafdruk is hangt met name af van het consumptiegedrag. De berekening neemt onder andere de oppervlakte mee welke nodig is voor het gebruik van energie en grondstoffen en de productie van voedsel. In Nederland is de ecologische voetafdruk in 1995 geïntroduceerd door milieuorganisatie De Kleine Aarde.”

Om het iets tastbaarder te maken, worden hieronder een aantal concrete voorbeelden gegeven van zaken die nauw in contact staan met de voetafdruk.

– consumptie van goederen en voedsel
– CO2-uitstoot
– verbruik van grondstoffen
– huishouden (gas, water en licht)
– vakantie (vervoersmiddel, afstand en duur)

Kortom: consumptie, verbruik en uitstoot. Nu je als het goed is een beter beeld hebt van de westerse consumptiecultuur en de ecologische voetafdruk, twee zaken die naast elkaar op de ladder staan, kunnen we beter inzoomen op een aantal concrete verhalen, feiten en tips. Hierover lees je meer in de volgende hoofdstukken.

Nog meer weten over de ecologische voetafdruk? Check dan deze link.

 

Hoofdstuk 3 – De (bewuste) consument

Ik schaam me als ik nieuwe kleding koop of eten moet weggooien

Veel import- en niet-Amsterdammers zijn het met elkaar eens, Amsterdam is een stad waar chaos normaal is en waar het leven snel gaat. Daarnaast ervaren velen in de grote stad een hoge prestatiedruk mede te wijten aan alle succesvolle mensen en succesverhalen in de stad. Ook zijn er veel trends die in deze stad in hoog tempo rijzen en weer verdwijnen als sneeuw voor de zon. Maar een trend die nu wel al lange tijd blijft hangen is die van tweedehands kleding, meubels en in het algemeen duurzamer leven.

We zoomen in op het onderwerp door Julia (23) het hemd van het lijf te vragen over duurzaam leven. Want juist sinds Julia op zichzelf in Amsterdam woont is ze steeds bewuster geworden van haar ecologische voetafdruk en bezwijkt zij naar eigen zeggen niet onder de vlugge trends, druk van anderen en het snelle leven in de grote stad.

Wat vind jij van de consumptiemaatschappij in Amsterdam?
Om eerlijk te zijn vind ik dat mensen echt al gauw meer kopen dan ze nodig hebben. Overvolle boodschappenkarretjes, waarvan je gewoon zeker weet dat twintig procent in de vuilnisbak verdwijnt. Mensen in dure, nieuwe kleding. Mensen die er bijna steriel uit willen zien. Tegelijkertijd zie ik in mijn omgeving ook juist heel veel mensen die juist superbewust omgaan met het aanschaffen van spulletjes, voedsel en kleding. Dat zal vast een gevalletje ‘soort zoekt soort’ zijn.

Heb je het idee dat mensen steeds duurzamer gaan leven?
Ja dat wel. En dat vind ik juist opvallend in Amsterdam. Enerzijds is er een hoge druk van er hip uit moeten zien, dure spullen hebben. In mijn opinie heeft de stad best een hoog ‘popiejopegehalte’. Anderzijds is er ook juist een ontzettend grote scene van mensen die alternatief willen zijn of juist vernieuwend op het gebied van duurzaamheid. Ook veganisme en vegetarisme  zijn ontzettend in opkomst en als ik dat vergelijk in andere, buitenlandse steden waar ik ben geweest dan lijkt Amsterdam hier echt een koploper in te zijn. Zo zie ik ook bijvoorbeeld het vegetarische schap in de Albert Heijn met de dag groter worden.

Wat doe jij zoal om niet mee te gaan in de Westerse overconsumptiemaatschappij?
Ik ben eigenlijk altijd al niet zo materialistisch geweest. Maar wat ik zoal doe, ik heb een heel kleine kledingkast. Ik weet gewoon van mezelf uit het verleden dat ik van alle kleren uiteindelijk toch maar een paar lievelingsoutfits heb. Dus ik koop eigenlijk alleen nog maar iets als ik het écht nodig heb. En als ik dan een item koop dan is het, als het kan, tweedehands. Qua eten ben ik ook steeds bewuster. Ik koop kleine verpakkingen of ik deel veel met huisgenoten. Ik schaam me echt als ik nieuwe kleding koop of eten moet weggooien.

Op welke gebieden zou je jouw consumptiegedrag kunnen verbeteren?
Iets waar ik me ontzettend aan stoor is hoe veel winkels, horeca en supermarkten omgaan met verpakkingen en voedsel. In de horeca waarin ik vaak bijbaantjes gehad heb, zie je dat er veel voedsel wordt weggegooid. Supermarkten waar elk paprikaatje in een plasticje zit, dat soort dingen. Ik erger me hier ontzettend aan, maar ik doe er niets aan. Misschien zou ik toch eens actie op grote schaal moeten ondernemen. Dus ik zou niet zozeer mijn consumptiegedrag moeten aanpakken, maar een stap verder gaan en meer de bron moeten aanpakken. Ik moet zeggen dat dit gelukkig wel de goede kant op lijkt te gaan. Supermarkten willen nu die miniplasticjes om groenten verbannen. Ook hoorde ik laatste van een app waarmee je voedseloverschotten van horecagelegenheden voor een prikkie op kunt halen.

Heb je tips voor mensen die het moeilijk vinden om af te wijken van de westerse consumptiecultuur?
Wees geen kuddedier. En kijk wat documentaires bijvoorbeeld. Ik had toen ik jonger was geen schuldgevoel bij overconsumptie van spullen, omdat ik me niet bewust was van het probleem, totdat ik een keer per toeval een documentaire zag. Nadien voelde ik me zo vaak schuldig als ik weer eens bij de H&M was geweest. Het is onvoorstelbaar, maar ook veel volwassenen zijn zich gewoon nog niet bewust van het probleem. Als je je al wel bewust bent van het probleem, ga dan gewoon bij alles wat je koopt drie keer na of je het echt nodig hebt. En koop dingen niet voor de heb. Je kunt er ook een hobby van maken: zo min mogelijk spullen kopen en kijken of je tekortkomt. Het geeft echt een lekker gevoel als je in een maand alleen maar noodzakelijke dingen gekocht hebt.

Niet zeker of ook jíj die ene trui in de H&M kunt laten liggen? Hier een kort filmpje om jou te helpen.

 

Hoofdstuk 4 – De expert

Of de westerse consumptiecultuur daadwerkelijk een probleem is, tsja het is maar hoe je het bekijkt

De westerse consumptiecultuur, een cultuur die bekend staat om het snelle leven en het vele consumeren. Consumeren van onder andere materiaal, materieel en voedsel. Kranten staan er vol mee, grondstoffen raken op, klimaatakkoorden, voedselschaarste en ga zo maar door. Hoe zit het nu echt? Is de westerse consumptiecultuur nou zo problematisch als er vaak wordt gesteld? Marion van Sant (37)– antropologe gespecialiseerd in de westerse consumptiecultuur – laat haar licht schijnen op dit vraagstuk.

Dag Marion, zie jij jezelf als een typische ‘westerse consumptiecultuurder’?
Ik koop spullen, ik gooi spullen weg. Ook spullen die ik amper of zelfs nooit gebruikt heb. Ik vrees dat ik toch moet stellen dat ik er zo een ben, ja. Hoewel er ook punten zijn waarop ik heel bewust omga met consumeren. Maar dat is anno 2019 natuurlijk ook wel weer heel typisch voor de westerling. Inleveren op het een en jezelf belonen met het ander. Een vriendin van me zei bijvoorbeeld laatst: “Ach joh, ik douche vaak heel kort, dus ik mag mezelf best die nieuwe broek cadeau doen.” Dat is iets wat je tegenwoordig veel ziet.

En zie jij dat als een probleem, dat soort van compenseren, maar dus niet reduceren?
Het is natuurlijk beter dan helemaal niets doen, maar het zou natuurlijk niet zo moeten gaan. Als we kijken naar wat er aan spullen weggegooid wordt, dan is dat compenseren echt niet voldoende om de planeet een beetje te helpen. We kunnen er natuurlijk niet meer omheen dat de gemiddelde westerling echt een teveel aan spullen heeft. Meer dan nodig. Dus ik zie het compenseren wel als een probleem. Ook bij een enquête die ik ooit heb afgenomen onder honderd westerse studenten tijdens mijn studie blijkt dat ze zodra ze maar op iets een beetje minderen al vinden dat ze goed bezig zijn, terwijl ze zichzelf dan op een ander vlak weer meer gunnen. Eindstand er verandert wel degelijk iets in onze consumptiecultuur, maar qua verbruik niet echt.

Hoe zouden we het anders kunnen en moeten doen?
Overheden, maar ook commerciële instellingen en bedrijven moeten transparanter en eerlijker zijn bijvoorbeeld. Toyota pronkt met mooie, nieuwe, zuinige elektrische auto’s. Maar in de praktijk blijkt zo’n auto niet gek veel beter voor het klimaat dan de ouderwetse benzineauto. Wat je dus krijgt; mooie verkooppraatjes, de massa gelooft het, denkt een steentje bij te dragen aan een duurzamer leven, maar verbetert amper iets. Plus bij veel mensen zie je dan dat ze zich na zo’n aankoop weer een onnodige nieuwe broek veroorloven, bij wijze van spreken.

Is de westerse consumptiecultuur nou echt een probleem, zoals we vaak veronderstellen?
Of de westerse consumptiecultuur daadwerkelijk een probleem is, tsja het is maar hoe je het bekijkt. Er zijn veel aspecten aan die cultuur te benoemen. Je kunt het bijvoorbeeld relatief bekijken. Hoe wordt er geconsumeerd in Azië? In het algemeen minder, maar daar hebben mensen ook een lagere koopkracht. Dus dan spreekt het voor zich. De westerse cultuur steekt nu eenmaal anders in elkaar, als je bijvoorbeeld kijkt naar hoeveel de gemiddelde westerling te besteden heeft, zou je best geoorloofd kunnen zeggen dat de gemiddelde westerling zich nog redelijk inhoudt. Tegelijkertijd kan iemand die kijkt naar de ecologische voetafdruk zeggen dat het echt veel en veel beter kan. Dat we veel spullen kopen die niet nodig zijn en heel veel eten weggooien. Een eenduidig antwoord op het brede begrip ‘westerse consumptiecultuur’ bestaat dus eigenlijk niet.

Voel jij je nu schuldig om jouw koopgedrag?  Tijd om te consuminderen! 

Minder kopen, meer leven – 6 gedachten

 

H5 – Feit of fabel?

Het boek ‘De verborgen impact’ van Babette Porcelijn gaat over, je raadt het al, goederen en handelingen die stiekem veel meer impact hebben dan we vaak denken. Of juist zaken die we naar ons idee goed doen, die veel minder impact hebben. Een aantal van deze feiten wil ik je niet onthouden, dus hieronder volgt een miniquiz gebaseerd op het boek om jouw kennis te testen over klimaatimpact. Je hoeft de vragen alleen met ja en nee te beantwoorden. Antwoorden met uitleg staan onder de vragen.

1. Elektrische auto’s zijn zuiniger dan benzineauto’s.

Ja, maar wel pas na gemiddeld 13 jaar gebruik van een elektrische auto. Een elektrische auto is ook in veel gevallen veel zwaarder dan een benzineauto. Vooral doordat een accu in het algemeen veel zwaarder is dan een motor met benzinetank. Hierdoor slijten onder andere de banden veel sneller en belanden er veel meer microplastics in de atmosfeer.

2. Biologisch voedsel is per definitie beter voor het milieu dan niet-biologisch voedsel.

In veel gevallen wel, maar hoe cru het ook klinkt een ‘biologische kip of varken’ leeft veel langer dan een niet-biologische. Die dieren in leven houden, dat kost dus juist zo ontzettend veel energie, grondstoffen en ook vervoer van veevoer en de dieren zelf brengen veel CO2-uitstoot met zich mee. Dus biologisch vlees en vis, is zeker niet altijd de beste optie puur gekeken naar klimaatimpact. In het geval van diervriendelijkheid is biologisch uiteraard wel de absolute winnaar.

3. Als je een vliegvakantie maakt en je investeert wat geld in de CO2-compensatie, dan ben je echt goed bezig.

Hartstikke fout. True pricing dames en heren! Vliegtickets zouden gemiddeld 63% duurder moeten zijn als je het allemaal nog enigszins redelijk wilt houden. Van die maximaal paar tientjes extra kan de CO2-uitstoot echt niet gecompenseerd worden. En zelfs als de vliegticketprijzen eerlijker zouden zijn (63% duurder dus), zijn we nog steeds niet goed bezig. Immers vindt de vlucht en dus de CO2-uitstoot alsnog plaats. Het probleem wordt dan dus niet bij de bron aangepakt.

4. Plastic verpakkingen van groenten en fruit in supermarkten moeten echt uitgebannen worden.

Elke paprika in een eigen plasticje. Ja, dat is een pijnlijk aangezicht. Toch is er een argument te bedenken waarom het bij sommige producten wel geoorloofd is. Plastic biedt namelijk ook bescherming tegen ongedierte en temperatuurwisseling. Het voorkomt dus voedselwaste. Maar er zijn ook zaken die echt niet meer door de beugel kunnen. Voor de losse broodjes van de bakkerij in de AH bijvoorbeeld een plastic zakje gebruiken? Schaam je! Gewoon je eigen herbruikbare zakje meenemen.

5. Veganisten en vegetariërs dragen nou ook niet bepaald positief bij aan het milieu, want al dat plantaardig voedsel put de planeet behoorlijk uit.

Het is in ieder geval veel minder belastend voor het milieu dan wel vlees en vis eten. Bijvoorbeeld de sojaproductie en daarbij de ontbossing op grote schaal wordt de vegetariër vaak toegerekend. Foute boel. Veel vega- en veganproducten zijn op sojabasis, maar weet je wat pas echt uitputtend is? Vee, kippen, varkens en koeien die we eten. 90% van de sojaproductie is bestemd voor veevoer!

Meer weten? Laat je inspireren door de feitjes uit Babettes (e-)boek!

 

Hoofdstuk 6 – Column

Zes wereldbollen

Het is negen uur ’s ochtends. Ik stap op mijn fiets. Klaar voor een schooldag. Soepel manoeuvreer ik tussen de auto’s door. Auto’s die nauwelijks vooruitkomen. Zo gaat dat in Amsterdam. Sterker nog; auto’s die nauwelijks meer het centrum in komen, want tsja… zo gaat dat in Amsterdam. Best een mooie trend dat laatste. Zeker als je net als ik niet zo’n fan bent van een grote ecologische voetafdruk achterlaten.

Ik ben van mening dat de gemiddelde Nederlander echt nog bewuster zou om kunnen gaan met wat hij of zij gebruikt en verbruikt. Het meest frustrerende en tegelijkertijd hoopgevende hieraan is dat het zo makkelijk een beetje minder kan. Er zijn zoveel fronten om op te minimaliseren zonder dat je er meer energie voor hoeft in te leveren. Eigen energie, maar ook energie voor het maken van de alledaagse producten die je koopt en gebruikt.

Maar waarom zou je je levensstijl matigen voor een kleinere ecologische voetafdruk? Waarom die luxe inleveren? Tsja, het is natuurlijk nogal cliché om te zeggen en toch ken ik genoeg mensen om me heen die zich er niet bewust van zijn. Maar, zo blijkt uit een onderzoek van het WNF, als iedereen zou leven zoals de gemiddelde Nederlander dan zouden we maar liefst zes aardbollen nodig hebben! Oftewel, houd jezelf een beetje in met je egocentrische leventje. Dan hoeven we namelijk niet te hopen op een wonder waarbij we ineens vijf aardbollen cadeau krijgen, zodat we ons huidige, vernietigende bestaan voort kunnen zetten.

Ik heb trouwens ook de ‘aardbollenzelftest’ gedaan. Met mijn levensstijl zijn er niet zes, maar slechts drie aardbollen nodig. Goed hè. Althans, dat was mijn eerste gedachte. Ik was trots op mezelf. “Wauw, ik verbruik er maar drie in plaats van zes.” Maar het is absurd om mezelf een schouderklopje te geven. Het zijn er alsnog twee te veel. Toch is het makkelijk om van zes naar drie planeetjes te gaan. En het is alvast een stap in de goede richting. Het is makkelijk en het levert je zelfs vaak iets op.

Stap bijvoorbeeld over naar een groenere energieleverancier. Dat voelt lekker en je hoeft er niets voor te doen behalve twee mailtjes te versturen. Douche korter. Koop tweedehands kleding. Eet vegetarisch. Was je was op dertig graden. Laat niet je apparaten heel de dag onnodig aanstaan. Ach ja, zo kan ik nog wel even doorgaan. Wat zijn nu precies de voordelen van bovenstaande minimale levensstijlaanpassingen? Je houdt er geld en een beter gevoel aan over! Win-win-win. Betere planeet, meer geld, gelukzaligere gemoedstoestand.

Wat ik helaas vaak hoor als tegenargument is dat de wereld toch al naar de klote is. Ik hoor mijn collega al zeggen: “Wat maakt een vliegvakantie naar Bali dan nog uit?” Dan kan ik alleen maar denken: misschien moet je het leven eens van de zonnige kant bekijken. Jij kunt verandering maken. Door het maken van een fietsvakantie in Zwitserland in plaats van de iets te zonnige kant van het leven in Bali te bekijken, kun jij ervoor zorgen dat jouw kleinkinderen over zestig jaar ook nog op vakantie kunnen.

Wat wil ik nu eigenlijk allemaal zeggen? Sta op, ga wat doen. Of eerder: doe nog minder. Want het achterlaten van een kleinere ecologische voetafdruk bespaart je veel geld, tijd en energie. Wat ik ook wil zeggen is dat je je niet uit het veld moet laten slaandoordat de wereld al aardig verwoest is. Gooi die, nadat je mijn klaagzang hebt gelezen, op dertig graden gewassen handdoek niet in de ring. Maak er gewoon iets moois van.

Ben jij benieuwd naar hoeveel wereldbollen jij verbruikt? Doe dan ook de zelftest van het WNF.

 

Hoofdstuk 7 – Tijd voor verandering!

Heb je nu helemaal de smaak te pakken? Bekijk dan de video’s hieronder. Het eerste filmpje van Stand For Trees zal je bewustzijn een stuk verruimen en in het tweede filmpje van De Volkskrant komen enkele handige gadgets voorbij die voorkomen dat je elke keer weer opnieuw hetzelfde product moet kopen. Zo maak je het voor jezelf en anderen met een aantal makkelijke tips veel leefbaarder op onze enige aardbol. Je kunt het!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *