Als je snijdt, ben je gek

De vooroordelen en waarheden over zelfbeschadiging

Let op: dit artikel gaat over zelfbeschadiging. Lees dit niet als je hier snel door getriggerd wordt. Behoefte om met iemand te praten? Bel of chat met de Luisterlijn.

Heb je ooit iemand in ’t echt gezien met armen als de mijne? De meeste mensen zullen zeggen van niet. Toch beschadigt 1 op de 4 jongeren zichzelf. Waarom blijft het probleem dan toch zo ongezien? Ik draag zelf korte mouwen, maar beland regelmatig in situaties waardoor ik me afvraag of dat wel zo’n goed idee is. Het taboe is enorm. En daar komen een hele hoop vooroordelen uit voort.

1. ‘Wie snijdt, wil dood’

Ik ben er gelukkig vanaf. Zelfbeschadiging (ook wel automutilatie) speelt geen actieve rol meer in mijn leven. Maar in de tijd dat ik mezelf nog wel pijn deed, werd ik regelmatig opgenomen in klinieken. Ik had een zware depressie en moest hiervoor in behandeling. Helaas werd de automutilatie tijdens mijn eerste opname alleen maar erger. Soms kon ik niet slapen door de drang. Op een avond ben ik rondjes gaan lopen door de gangen van de kliniek, in de hoop vanzelf moe te worden. Maar wat er die avond gebeurde, heeft me de rest van de nacht wakker gehouden.

In de rest van de kliniek was het stil, dus ik kon precies horen wat er in het kantoor van de verpleegkundigen gezegd werd. Er zat een cliënt in het kantoor, waarschijnlijk kon hij ook niet slapen. Maar dat was niet waar zijn gesprek met de verpleegkundige over ging. Nee, ze waren ongegeneerd aan het roddelen. Over mij.
“Ze heeft wel erg veel littekens, hè?”, hoorde ik de cliënt zeggen. “Misschien dat ze wel dood wilde, maar dat het gewoon nog niet gelukt is”, voegde hij eraan toe.

De rest van het gesprek heb ik niet meer kunnen volgen. Ik was in shock. Dacht hij echt dat ik mezelf sneed in een poging om mezelf van het leven te beroven?

Ja, dus. Uit gesprekken die ik later in mijn omgeving voerde, bleek dat deze aanname door veel mensen wordt gedaan. Niet zo gek ook, hoor. Over zelfbeschadiging wordt niet gesproken en soms gebruiken mensen het inderdaad om zichzelf van het leven te beroven. De verwarring is begrijpelijk. Maar voor mensen zoals ik is het vooral frustrerend.

‘Snijden werd een copingsmechanisme’

Ik kraste mezelf voor ’t eerst toen ik zestien was. Ik was somber en onzeker. Automutilatie zorgde voor een kort moment van opluchting. Een jaar later sprak ik voor het eerst met een psycholoog. De maanden erna werd het snijden alleen maar erger. Mijn psycholoog zag het als een slecht teken. Natuurlijk was dat het ook, maar het liet wel zien dat ik voor ’t eerst écht met mijn emoties werd geconfronteerd. Dat was iets wat ik nooit eerder had ervaren. Ik kon er niet mee omgaan. Snijden werd een copingsmechanisme voor me.

Deze reden voor zelfbeschadiging komt veel voor. Maar het is lang niet de enige. Op de website sameninmijnschoenen.nl, een initiatief van onder andere de Landelijke Stichting Zelfbeschadiging, wordt uitgelegd wat de functies van zelfbeschadiging voor iemand kunnen zijn:

“Zelfbeschadiging geeft een directe afname van de spanning, vaak vergezeld met een gevoel van rust en controle. Het gedrag heeft dus een functie. Vaak onbewust. Bijvoorbeeld:

Het reguleren van emoties. Door jezelf te beschadigen creëer je voor jezelf een ontlading van vooral acute, negatieve gevoelens. Je voelt de spanning afnemen, de rust en controle terugkomen. Of je doet het juist om weer te voelen dat je leeft: de pijn, de kleur en warmte van bloed zijn een teken dat je er nog helemaal bij bent.

Gedachten verzetten. Door de pijn richt je je aandacht even op iets heel anders zodat je niet meer aan de nare dingen hoeft te denken of zelfs een herbeleving weet te overstemmen.

Een nare situatie stoppen. De zelfbeschadiging zorgt ervoor dat anderen schrikken en de aandacht naar de zelfbeschadiging gaat. Er komt zo een eind aan een nare situatie, bijvoorbeeld een ruzie.

Een dissociatieve toestand doorbreken. Zelfbeschadiging kan helpen momenten of periodes van dissociatie of depersonalisaties te beëindigen. Het doorbreekt gevoelloosheid, of het gevoel dat je niet bestaat.

Zelfdoding voorkomen. Soms geldt dat iemand zichzelf beschadigt om erger te voorkomen. Je voorkomt dat je een einde aan je leven maakt door de opgebouwde spanning een uitweg te bieden.

Communicatie. Zelfbeschadiging kan onbewust een manier zijn om aan de omgeving te laten weten dat het niet goed met je gaat en je dringend hulp nodig hebt. Vaak weet iemand niet hoe hij of zij dat op een andere manier zou kunnen doen. Het kan zijn dat iemand gewend is om alleen aandacht te krijgen als er iets ergs aan de hand is. Iemand kan op zo’n moment niet anders. Het is dus geen aandachttrekkerij of aanstellerij.

Begrenzing. Soms hebben mensen het gevoel dat ze vervloeien met hun omgeving. Door jezelf dan te beschadigen, stel je opnieuw vast waar je lichaam – oftewel jezelf – eindigt; en daarmee welke gevoelens bij jou horen en welke bij anderen.

Straf. Zelfbeschadiging kan ook een manier zijn om jezelf te straffen of uitdrukking te geven aan ‘zelfhaat’ of ‘zelfverachting’.

Sensatie. Een minderheid noemt sensatie zoeken als reden: het geeft hen gevoelens van opwinding of blijdschap.”

Dus, om antwoord te geven op de vraag: beschadigen mensen zichzelf omdat ze dood willen? Het antwoord is een overduidelijke nee. In de serie ‘Beschadigd’ (2015) wordt dit nog maar eens bevestigd.
Sanne: “Snijden was voor mij juist een manier om te overleven.”

2. ‘Maar je hebt helemaal geen littekens’

Goed, we snijden onszelf dus niet om dood te gaan. Maar als mensen zeggen dat ze zichzelf beschadigen, bedoelen ze dan altijd dat ze zichzelf schade aandoen met een mes?
Het is een veelvoorkomende vorm van automutilatie, maar slechts één van velen. Zelf had ik naast snijwonden regelmatig blauwe plekken of schaafwonden, doordat ik tegen muren sloeg of mezelf krabde.
Tessa van Rooijen is ervaringsdeskundige en vertelt op commen.nl over de verschillende uitingsvormen van zelfbeschadiging.

Snijden of krassen
Van Rooijen vertelt dat het haar opvalt dat zelfbeschadiging vaak wordt afgebeeld als jezelf krassen of snijden. Waarschijnlijk komt dit doordat het de meest zichtbare vorm van automutilatie is.

Branden
Een gerelateerde vorm aan snijden is jezelf branden. Van Rooijen noemt het op je huid uitdrukken van een sigaret als voorbeeld. Het komt ook voor dat mensen een (metalen) object verhitten en zich daar opzettelijk aan branden.

Knijpen, krabben of bijten
In plaats van snijden beschadigen mensen zich soms door zichzelf te knijpen, krabben of bijten. Soms zelfs tot bloedens toe. Zelf krabde ik mijzelf weleens wanneer de spanning te hoog werd. Anders dan bij het snijden deed ik dit vaak uit woede naar mezelf.

Slaan of bonken
Ook jezelf of een hard object slaan is volgens Van Rooijen een vorm van automutilatie. Soms gaat het zo ver dat de persoon een hand breekt. Ook met je hoofd tegen de muur bonken is onderdeel van deze vorm.

Haren uittrekken
Het uittrekken van je eigen haren is onder andere een uiting van trichotollomanie. Daarbij is de handeling obsessief. Maar het komt ook voor dat mensen dit doen als vorm van automutilatie. Het gedrag is hetzelfde, maar er ligt een andere beweegreden aan ten grondslag.

Schadelijke stoffen of objecten tot je nemen
Zonder de intentie tot zelfdoding, slikken mensen soms opzettelijk medicatie of chemicaliën die schadelijk voor ze zijn. Daarnaast komt het ook voor dat scherpe objecten worden ingeslikt als vorm van zelfbeschadiging.

‘Ook met seks kun je jezelf beschadigen’

Seks
Amerikaanse psycholoog Kati Morton legt in een video op haar YouTubekanaal uit dat seks ook als een vorm van zelfbeschadiging gebruikt kan worden.

Er zullen nog talloze andere vormen van zelfbeschadiging zijn die ik nu niet heb benoemd. Zo kan het zetten van piercings of tatoeages ook op grond van automutilatie gebeuren, hoewel dit lang niet altijd het geval hoeft te zijn. Echter zijn de bovenstaande vormen van zelfbeschadiging wel de meest voorkomende.

3. ‘Je bent een freak’

Sommige namen die ik in dit hoofdstuk gebruik zijn om privacyredenen gefingeerd.

Als het weer het toelaat, ga ik gewoon in korte mouwen over straat. Ik heb me nooit geschaamd voor mijn armen. Mensen staren, dat voorkom je niet. Ik heb sommigen ook echt wel met elkaar zien smoezen zodra ik mijn vest uittrok. Maar de reacties die mensen in mijn gezicht geven, zijn altijd positief. De meeste mensen noemen het dapper dat ik het aandurf om ‘gewoon zo’ rond te lopen. Het is zelfs een keer voorgekomen dat een vrouw mij spontaan een knuffel gaf. “I’ve been there”, zei ze. “It gets better.” Ik weet op dat soort momenten nooit wat ik moet zeggen. Het draait vaak uit op een ongemakkelijke situatie.
Toch mag ik van geluk spreken met de ervaringen die ik heb. Ze zijn namelijk echt niet zo vanzelfsprekend. In de onderstaande video vertelt Kenza over de reacties die zij regelmatig krijg wanneer mensen haar littekens zien.

‘Psycho, aansteller, emo’

Zelf sprak ik ook een paar lotgenoten die, net als ik, naar buiten gaan terwijl hun zelfbeschadigingslittekens zichtbaar zijn.

De Vlaamse Esmée (20) heeft sinds haar twaalfde al last van psychische problemen. Haar jeugdtrauma’s zorgden voor een posttraumatische stressstoornis. Daarnaast is ze gediagnosticeerd met een eetstoornis, borderline en depressie. Een zware vorm van zelfbeschadiging was daarbij onderdeel van haar ziekte. Inmiddels verwondt ze zichzelf bijna niet meer, maar de littekens op haar armen zijn nog altijd erg goed zichtbaar.

Wat voor opmerkingen krijg je als mensen je littekens zien?
“Er zijn standaard opmerkingen die ik dagelijks hoor. Meestal van tieners. Ze roep van alles naar me, zoals ‘freak’, ‘psycho’ en ‘creep’. Ik hoor ook regelmatig dat ik beter verticaal had kunnen snijden als ik echt dood wilde. Soms richten ze hun woorden niet eens aan mij, maar praten ze wel zo hard dat ze zeker weten dat ik het kan horen. Laatst fietste er een groep tieners langs me. Eén meisje schreeuwde ineens: ‘Oh mijn god, niet kijken, dat is echt kei erg!’. Waarna natuurlijk alle twintig tienerhoofden tegelijkertijd mijn kant op draaiden. Dat was naar, maar het waren pubers. Ik kon me nog wel iets bij hun reactie voorstellen. Het ergste vind ik wanneer volwassenen er nare opmerkingen over maken. Zo stond ik eens naast een vrouw met haar kindje. Het meisje keek nogal nieuwsgierig naar me. Toen haar moeder mijn armen zag, zei ze gauw: ‘Niet kijken naar die vrouw, hoor, die mensen zijn gevaarlijk. Nooit met zulke mensen omgaan, begrepen?’ Dat een volwassen persoon nog zo kan denken, snap ik echt niet.”

Hoe ga je om met zulke reacties?
“Met starende mensen heb ik geen probleem. Mensen kijken nu eenmaal naar de dingen die ze het meest opvallen. Als ik een felroze hanenkam had gehad, was het precies hetzelfde geweest. Als mensen echt lang staren, staar ik even lang terug. Vaak schamen ze zich dan een beetje.
De opmerkingen die ik krijg zijn echter een ander verhaal. Raken doen ze me niet meer. Door mijn trauma’s werd ik gedwongen mijn emoties weg te stoppen. Dat is niet goed, maar op zo’n moment wel handig. Ik ben deels immuun geworden voor de opmerkingen. Het is een beetje als het vertellen van je levensverhaal: na de tiende keer doe je dat ook met droge ogen.
Toch kan het me nog wel boos maken. Waarom vinden mensen het altijd nodig om er iets van te zeggen? Staren gaat vanzelf, maar je mond houden kan altijd. Vaak probeer ik het te negeren. Of ik doe het af met een ingewikkelde uitleg die ze toch niet begrijpen. Als je er wat Latijn doorheen gooit, druipen ze snel genoeg af.”

‘Ze roepen hoe lelijk mijn littekens zijn’


Ook sprak ik Amber (20). Ze heeft een eetstoornis en is depressief. Sinds een paar jaar beschadigt ze zichzelf. Vooral op haar armen zijn enkele littekens duidelijk te zien.

Durf je met korte mouwen over straat?
“Als het niet hoeft, doe ik het liever niet. Maar ik oefen er wel mee. De littekens zullen voor altijd blijven, en nu het elk jaar warmer wordt in Nederland, wil ik niet iedere zomer in een dikke trui rondlopen. Daarom ga ik nu steeds vaker in shirts met korte mouwen de deur uit. Ik vind het heel naar als mensen vragen hoe ik aan de littekens kom. Soms merk ik dat ze het echt wel weten, maar gewoon benieuwd zijn naar mijn reactie. Meestal zeg ik dat ik een ziekte heb. Daar is geen woord aan gelogen.”

Hoe reageren de meeste mensen?
“Ik heb weleens meegemaakt dat mensen ongegeneerd met open mond naar mijn armen keken. Alsof ze zojuist getuige waren van een ernstig ongeluk. Maar dat soort dingen vallen nog te negeren. Soms komen er wildvreemden op me af die dan dingen zeggen als ‘je moet jezelf niet snijden, joh’. Of ze roepen naar me hoe lelijk mijn littekens zijn en dat ik het alleen maar voor de aandacht doe. Ik ben al erg onzeker over mijn lichaam en dat soort dingen helpen echt niet mee. Gelukkig krijg ik ook vaak positieve reacties, vaak van mensen die ik niet ken. Er is zelfs een meisje dat dankzij mij nu ook over straat durft zonder al haar littekens te bedekken. Dat geeft me dan weer de drive om mezelf niet meer te verbergen.”

In 2015 lanceerde het Psoriasis-team een campagnevideo om zo aandacht te vragen voor de huidziekte psoriasis. Dat is natuurlijk iets heel anders dan littekens door zelfbeschadiging, maar het geeft een goed beeld van hoe een afwijkende huid voor nare reacties kan zorgen. Zet de video op groot scherm, kijk rond in de 360°-video en ervaar hoe het is om constant te worden aangesproken op je uiterlijk.

4. ‘Je schrikt je medecliënten af’

Op straat lopen mensen zoals ik dus het risico om uitgejouwd te worden door onwetende herrieschoppers. Gelukkig zijn er plekken als klinieken waar je in een veilige omgeving op adem kunt komen. Toch? Nope. Daar gaat de stigmatisering gewoon door. Er zijn heus wel instellingen die wél een deugend beleid hebben, maar niet waar ik in 2016 werd opgenomen.

Ik schreef er al een stukje over op mijn blog. Het was mijn eerste opname en ik beschadigde mezelf nog regelmatig. Ondanks dat het zomer was, mocht ik geen shirts met korte mouwen dragen. Ik zou de medecliënten afschrikken. De eerste keer dat ik mezelf sneed in de kliniek, moest ik een dag naar huis. “Om de last te verdelen”, legde de psychiater me uit. Ik was boos, maar deed wat er van me gevraagd werd. Een paar dagen later ging ’t weer mis: ik beschadigde mezelf opnieuw. Radeloos vroeg ik om hulp bij een van de sociotherapeuten. Achteraf had ik dat beter niet kunnen doen.

“Ben je helemaal gek geworden?”, schreeuwde ze. “Wat denk je dat dit met de cliënten doet? En met ons als verpleging? Als je zo graag dood wil, moet je hier helemaal niet zijn. Je kunt hier niet langer blijven.”

Ik had medische hulp nodig, maar in plaats daarvan werd ik opgesloten in mijn kamer. Na een kwartier ging de deur weer even open. Een verpleegkundige gooide een verbandje naar binnen. Ik kreeg geen medische hulp, geen luisterend oor. Ik moest mijn spullen gaan pakken en mocht zo snel mogelijk vertrekken.

‘Als je jezelf verwondde, werd je vastgebonden’

Het was mijn eerste ervaring binnen een kliniek. Een traumatische. Dit is niet de manier om met cliënten om te gaan, zeker niet op zo’n kwetsbaar moment. Maar helaas gebeuren dit soort dingen nog erg vaak. Lotgenoten vertelden me dat ze werden vastgebonden of opgesloten in een isoleercel als ze zichzelf hadden verwond. Allemaal omdat ze last hadden van het probleem waarvoor ze hulp vroegen.

Niet alleen in de geestelijke gezondheidszorg is er nog veel onbegrip voor zelfbeschadiging. Automutilatie zorgt er in sommige gevallen voor dat er hechtingen nodig zijn. Helaas heb ik dit ook regelmatig moeten meemaken. Geen pretje. Gelukkig waren de artsen altijd begripvol en geduldig. Maar ook dat is lang niet altijd het geval. In de eerste aflevering van ‘Beschadigd’ vertelt Cindy dat ze bijna alleen maar slechte ervaringen heeft met het laten hechten van haar wonden. Artsen zeiden dat ze maar even moest doorbijten. Als ze dit zichzelf aan kon doen, kon ze 47 hechtingen – zonder verdoving – ook wel aan. Deze vernederingen resulteerden erin dat ze haar wonden tegenwoordig niet meer laat verzorgen. In diezelfde uitzending vertelt Sanne ook over haar ervaringen. Soms werd ze zonder geholpen te zijn weggestuurd van de spoedeisende hulp. De reden? Ze had het zelf gedaan, dus daar wilden ze geen tijd aan verspillen.

Gelukkig wordt het bij steeds meer organisaties duidelijk dat het er in de zorg slecht voor staat als het om zelfbeschadiging gaat. Zo zijn er naar aanleiding van de serie ‘Beschadigd’ Kamervragen gesteld over de situatie en kwam er een meldpunt voor mensen met soortgelijke ervaringen. Daarnaast geven ZEBRA Voorlichting en de Landelijke Stichting Zelfbeschadiging verschillende voorlichtingen aan zowel hulpverleners in de GGZ als artsen en verpleegkundigen. Eén van de eerste projecten waarbij aandacht werd besteed aan betere omgang met zelfbeschadiging was ‘Met mij alles goed’. De laatste kliniek waarin ik ben opgenomen deed daar een aantal jaar geleden aan mee en dat was flink te merken. Zelfbeschadiging werd in de groep besproken en ik mocht gewoon in korte mouwen naar therapie. Het was ontzettend fijn om te merken dat het dus wél anders kan.

5. ‘Je armen zijn aanstootgevend voor de rest’

In die kliniek – waar ik mijn armen dus niet hoefde te verbergen – leerde ik hoe ik met zelfbeschadiging om moest gaan. Het hielp enorm dat ik niet meer hoefde te zwijgen. Daarnaast zat ik in een groep met alleen maar leeftijdsgenoten waarvan sommige hetzelfde probleem hadden. Ook zij waren er open over. De eerste weken van mijn opname verborg ik mijn armen nog, maar ook die schaamte verdween al snel. Ik werd geaccepteerd. En daardoor accepteerde ik mezelf ook steeds meer.
Ik ging steeds vaker met korte mouwen de deur uit. Stukje bij beetje kreeg ik mijn zelfvertrouwen terug. Uiteindelijk durfde ik zelfs foto’s van mezelf online te zetten waarop mijn littekens zichtbaar waren. Extra eng, want dat zouden alle mensen die ik kende in één keer kunnen zien. Gelukkig waren de reacties erg positief. Ze vonden me dapper en sterk. Ik deed iets goeds. Ik doorbrak het taboe. Ik liet mezelf zien. Tot een paar maanden terug.

Begin dit jaar veranderden Instagram en moederbedrijf Facebook hun richtlijnen. Alle foto’s die gerelateerd zijn aan zelfbeschadiging werden vanaf dat moment afgeschermd of zelfs verwijderd. Dit gebeurde daarvoor al in mindere mate; foto’s waarop expliciete beelden van automutilatie (zoals open wonden) te zien waren, werden al verwijderd. Maar sinds februari zijn daar dus extra categorieën aan toegevoegd. Dat gebeurde naar aanleiding van de zelfmoord van Molly Russell, die volgens haar ouders vlak voor haar dood zelfbeschadigingsgerelateerde foto’s had bekeken op Instagram. Mensen schrokken van het gemak waarmee expliciete content te vinden is.
De aangescherpte richtlijnen lijken dan op het eerste gezicht een goede maatregel. Totdat je je verdiept in de foto’s waar het om gaat. Dat zijn namelijk geen afbeeldingen die zelfbeschadiging promoten of demonstreren. Geen suïcidale berichten met demotiverende teksten. Integendeel. Het zijn doodnormale selfies van mensen die een taboe willen doorbreken. Mensen zoals ik.

Hier is zo’n foto.

Een dag of twee na het plaatsen werd deze al door Instagram verborgen. En dat terwijl ik het in de beschrijving, noch de reacties helemaal niet over zelfbeschadiging had. Ik plaatste gewoon een foto van mezelf. En dat werd aanstootgevend bevonden.

‘Ik moet me weer verstoppen’

Helaas ben ik niet de enige bij wie dit gebeurt. Kenza, die je eerder in dit artikel al voorbij zag komen, vraagt op sociale media en haar blog aandacht voor psychische problemen. Ook zij zet zich in voor het doorbreken van het taboe op zelfbeschadiging. Dit deed ze laatst door het plaatsen van een foto van zichzelf, waarin haar arm met littekens zichtbaar was. Onder de foto schreef ze dat iedereen gewoon mag dragen wat hij of zij wil, of je nu littekens hebt of niet. Het was een post die zelfacceptatie moest bevorderen en mensen moest motiveren zichzelf niet meer te verbergen. Maar, je raadt het al: de foto werd verwijderd. En niet alleen deze. Dagelijks verwijdert of verbergt Instagram foto’s van haar account, soms zelfs van jaren terug.

Kenza is woedend. In een interview met 3FM Tussenuur vertelde ze wat de censuur met haar doet. “Wat ze hier eigenlijk mee proberen te zeggen is dat mijn lichaam aanstootgevend is. Dat doet heel veel pijn. Jarenlang heb ik mijn lichaam verstopt vanwege mijn littekens. Ik droeg alleen maar lange broeken en shirts met lange mouwen. Op een gegeven moment ben ik daarmee gestopt en toen voelde ik me zó vrij. Maar nu word ik weer gedwongen om m’n lichaam weg te stoppen.”

Hoewel ik de beweegredenen van Facebook wel enigszins kan volgen, is het onmiskenbaar dat het nieuwe beleid bijdraagt aan het taboe dat op zelfbeschadiging rust. In een artikel van Vice wordt uitgelegd waarom. Zo draagt het beleid bij aan een verdere sociale isolatie van mensen die zichzelf nu nog meer moeten verstoppen – en verstopt worden. Omdat zelfbeschadiging in de samenleving nog zo sterk gestigmatiseerd wordt, boden sociale media de perfecte uitkomst om er toch over te kunnen praten. Nu wordt deze manier dus weggenomen. Daar heb ik zelf ook veel last van. Op sociale media probeer ik mijn blog aan een breder publiek aan te bieden, maar door het nieuwe beleid verschijnt mijn account niet meer in zoekresultaten of aanbevolen pagina’s. Ik ben letterlijk verstopt voor de buitenwereld. De experts uit het artikel van Vice geven aan dat deze vernedering kan leiden tot een gevoel van schaamte, waardoor de zelfbeschadiging nog erger kan worden.

Gelukkig vechten de gedupeerden terug. Kenza blijft foto’s plaatsen waarop haar beschadigde arm te zien is. “Instagram heeft het liefst dat ik verdwijn”, schreef ze op haar Instagramverhaal, “maar dat doe ik lekker niet”.

ZEBRA Voorlichting kwam op haar eigen manier in actie. Het team maakte recentelijk deze foto’s:

View this post on Instagram

Het zebra team van #lastmanstanding2019 heeft nog een boodschap aan @instagram over het nieuwe beleid. Swipe naar rechts – – > Het accepteren van littekens is een belangrijk proces voor iedereen die ze oploopt, ook voor mensen die zichzelf beschadigen. Een duidelijk kenmerk naar de buitenwereld die het interne gevecht laat zien, of we dit willen of niet. Het verbergen van je littekens maakt dat je een deel van jezelf verbergt, het is eigenlijk geen optie. We begrijpen dat het verheerlijken geen optie is, mensen motiveren om te gaan zelfbeschadiging zou nooit moeten gebeuren. Herstel motiveren is echter wel belangrijk, een voorbeeld voor de mensen die nog moeizaam in de wereld staan dat het ook anders kan. Dat ook met je littekens je liefdevol met je lichaam kan leren omgaan. Dat het beter kan worden. Want de littekens blijven voor altijd een onderdeel van ons, maar de manier waarop we ermee omgaan veranderd. #lastmanstanding2019 @instagram @wijzijnmind

A post shared by Stichting Zebra voorlichting (@zebra_voorlichting) on

Op Facebook legt het bedrijf uit hoe de nieuwe richtlijnen tot stand zijn gekomen. Ze plaatsten daarnaast een persbericht op de website van Instagram toen het nieuwe beleid in gang werd gezet, maar reageren verder niet op de kritiek.

6. ‘Je kunt maar beter niets zeggen als je zoiets ziet’

Zelfbeschadiging is een taboe in de gehele samenleving. Dat is nu wel duidelijk. En er moet wat aan gebeuren. Maar hoe? Als je jezelf niet beschadigt, hoe kun je dan toch iets bijdragen? Wat moet je bijvoorbeeld zeggen als je ziet dat iemand littekens heeft? Ik zou je graag het juiste antwoord geven, maar dat antwoord bestaat niet. Eerder schreef ik al hoe ongemakkelijk ik het vind om complimenten te ontvangen als ik korte mouwen draag, maar een ander kan dat juist heel prettig vinden. Hieronder maakte ik een kaartje van dingen die je KUNT zeggen als je iemand ziet die littekens heeft door zelfbeschadiging. Nogmaals: ik kan alleen voor mezelf spreken. Dus dat doe ik dan toch maar.

Het zijn kleine dingen, maar als we ze met zijn allen doen, kunnen we het taboe op zelfbeschadiging doorbreken. Dan kunnen we onszelf zijn. We hebben ons lang genoeg moeten verstoppen.

7. ‘Ik weet wel hoe het in elkaar zit’

Zelfbeschadiging is een complex onderwerp. En hoewel het taboe dus nog enorm is, is er toch al aardig wat informatie over te vinden. Veel meer dan ik in dit artikel heb kunnen vertellen. Als je naar aanleiding van mijn tekst wat meer informatie over het onderwerp wil, raad ik je aan de volgende content eens te bekijken.

Algemene informatie over zelfbeschadiging vind je op de site van de Landelijke Stichting Zelfbeschadiging. Kijk voor voorlichtingen op de website van ZEBRA Voorlichting. Onder het kopje Nieuws & Agenda vind je onder andere de nieuwsbrief, waar ik zelf af en toe ook voor schrijf.

Meer verhalen van ervaringsdeskundigen zoals ik horen? Bekijk de website van Kenza eens. Naast zelfbeschadiging behandelt ze ook onderwerpen als depressies, trauma’s en opnames. Op de website van dsmmeisjes lees je ook talloze verhalen van mensen die zichzelf beschadigden of dat nog steeds doen. Daarnaast kun je de fotoreportage bekijken die Arie Kievit van Sanne Janssen maakte (let op: expliciete content). Deze reportage is uitgebracht in de vorm van het boek ‘Voor altijd lange mouwen’. Je kunt het hier kopen. Het zijn heftige, maar mooie beelden die voor mij erg herkenbaar zijn. In het boek staat onder sommige foto’s wat uitleg die Sanne zelf schreef.

Tot slot kun je natuurlijk ook nog mijn blog, Mentale Verhalen, volgen. Daarop schrijf ik over mijn ervaringen met psychische problemen, binnen de psychiatrie en daarbuiten. Ik ben actief op Facebook en Instagram en plaats soms een nieuwe tekst op mijn website.

Heb je naar aanleiding van dit artikel behoefte om met iemand te praten? Bel of chat met de Luisterlijn. (0900 0767)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *